dinsdag 30 november 2010

Ervaringsverslag 'Dans der Vampieren'

 


Gisteravond beleefde Dans der Vampieren zijn première in de Stadschouwburg van Antwerpen. De rode loper werd omringd door verschillende glazen vazen in welke het dampende bloed van de slachtoffers van de vampieren al stond te borrelen.
De musical is gebaseerd op de in 1967 uitgebrachte film ‘The vampire killers’, geregisseerd door Roman Polanski. De cultfilm moest in de ogen van Polanski een sprookjesachtige vertelling worden. De film werd in eerste instantie door de critici negatief onthaald, maar gaandeweg apprecieerden zij de grappige elementen in de film. De horror in de film moest volgens Polanski als grappig worden ervaren.
De voorstelling gaat over de zoektocht van professor Abronsius en zijn assistent Alfred in Oost-Europa om aldaar het bestaan van vampieren te onderzoeken. Wanneer zij verdwalen komen zij in de herberg terecht waar de inwoners allemaal zijn voorzien van knoflook. Hun vermoeden van het bestaan van de vampieren wordt hierdoor alleen maar gevoed.
Alfred ontmoet de jonge herbergierdochter Sarah, waar hij direct smoorverliefd op wordt. Helaas is Alfred niet de enige geïnteresseerde, ook Graaf Von Krolock heeft een oogje op de mooie Sarah. Geïntrigeerd door de knappe graaf glipt Sarah weg naar het slot van de Graaf. Haar vader die haar achtervolgt wordt gebeten aangetroffen in de bossen, waarna hij dezelfde avond nog tot vampier tot leven komt.
Alfred en de professor trekken op onderzoek uit en nemen hun intrek in het slot. In de kelder van het slot vinden zij de sarcofagen van Graaf Von Krolock en zijn zoon Herbert.
Ondertussen maakt Graaf Von Krolock Sarah warm voor het bal. Alfred probeert Sarah uit alle macht weg te lokken uit het slot, maar de verleiding van de Graaf zorgt ervoor dat Sarah op het bal gebeten wordt door de Graaf. De professor en Alfred slaan op de vlucht, waarbij het hen lukt om Sarah mee te nemen. In het bos transformeert Sarah in de armen van Alfred tot een vampier en bijt zij ook Alfred…..
Naar mijn mening komt de musical traag op gang door de zogenaamde grappige momenten van Polanski. De echte horror blijft lang uit en daardoor ook heftig spel en bepaalde vampieren dramatiek, inclusief opzwepende dans. Daarentegen waren de spelers goed gecast voor de rollen. De prachtige zware bariton van Hans Peter Janssens past prachtig bij de rol van Graaf Von Krolock. Hij speelt de rol dan ook met veel inlevingsgevoel. Evenals de overige hoofdrollen vertolt door Sebastien de Smet, Niels Jacobs, Anne van Opstal, Frank Hoelen en anderen werden prachtig vertolkt door middel van mooie zang en goed samenspel.
Visueel is het ook genieten. De opening is veelbelovend.  Je waant je echt midden in de bergen. De decors zijn mooi en er wordt goed gebruik gemaakt van de diepte van het toneel.
Kijk voor meer informatie op http://www.musicalvanvlaanderen.be/
Door Marloes Romeijn
naam: Dans der Vampieren
plaats: Stadsschouwburg in Antwerpen
datum + uur: 24 oktober 2010 om 15.00 uur
met wie? Quinten Goens, Caroline Hoornaert en Charlotte Truyens van 5WWiA
motivatie: Vampieren zijn een leuk ondewerp. Ik praat wel over de echte vampieren, de schrikwekkende, angstaanjagende wezens die gruwelijk zijn, dus de originele vampieren hoe ze eerst waren, bijvoorbeeld graaf Dracula uit Bram Stokers 'Dracula'. Ik praat niet over de 'Twilight'-softies, die schitteren als er zon op hen schijnt en 'vegetarisch' leven. Een andere reden dat ik naar 'Dans der Vampieren' ben geweest, is omdat het een rockmusical is. Ik had niet echt veel zin om naar een gewone, klassiekere musical te gaan, maar een rockmusical trok me aan, en dat was ook vernieuwend.
voorkennis: De regisseur (Roman Polanski) van het originele stuk ('The fearless vampire killers') kende ik, niet alleen van het nieuw door de intimiteiten met een minderjarige, maar ook door zijn films (bijvoorbeeld 'Rosemary's baby'). Ook Jim Steinman, de man die de muziek verzorgde, kende ik. Hij was de man achter Meatloaf en Bonnie Tyler! De cast kende ik echter niet.


Bespreking:


Het verhaal is cliché, de bloedmooie, net 18 geworden dochter van een overbeschermende vader wordt verliefd op een overbeschermende vader, maar ook de veel oudere graaf, die tevens ook een vampier is, probeert haar te verleiden. Dit zorgt voor een gevecht tussen haar twee 'minnaars' en uiteindelijk kan ze nog steeds niet kiezen, en eet ze van beide walletjes. De graaf bijt haar, en zij neemt haar onschuldige vriend mee de 'ondood' in. Er zijn echter ook 'nieuwere', modernere aspecten in het verhaal ingewerkt. Mythes worden ontkend, maar ook gestaafd. De mythe dat vampiers niet tegen kruisbeelden kunnen omdat ze een pact hebben gesloten met de duivel, wordt bijvoorbeeld tegengesproken in de scène waar Chagal, de overbeschermende vader van het naïeve meisje, Sarah, een vampier is en de dienstmeid wilt bijten. Zij houdt dan een kruisbeelt voor zijn neus, maar Chagal giechelt en zegt: "werkt niet, ik ben joods."  Maar de mythes dat vampiers geen spiegelbeeld hebben en niet tegen knoflook kunnen, worden bevestigd door het feit dat ze met spiegels werken op het decor en de acteurs die 'ondood' waren, niet weerspiegeld werden, en ook dat de bewoners in de herberg zich tegen de vampiers wapenden met knoflook. Een ander aspect dat niets met mythes te maken heeft, is de introductie van de homoseksualiteit die uit de taboesfeer wordt gehaald, en dit door middel van de homoseksuele zoon van de graaf.


De auteur van de recensie heeft gelijk, de musical komt traag op gang. De zogenaamde 'grappige momenten' van Polanski hebben daar naar mijn mening niets mee te maken, wel de enorm lange voorstelling van de personages (waarvan vele in deel 2 niet eens meer genoemd worden) en de weinige afwisseling van de decor. Ook de lange intro, waar het verhaal wordt uitgelegd en de professor en Alfred ontdekken dat er vampiers zitten, maken deel 1 enorm langdradig. In het decor, dat eerst wel fascinerend was om te zien, zat wel wat verandering, door de draaiende ondergrond, maar uiteindelijk blijft de locatie hetzelfde, en hierdoor verslapte mijn aandacht bij momenten wel tijdens deel 1. De auteur van de recensie zegt dat de echte horror lang uitblijft, en daar geef ik haar gelijk in. Voor mij blijft de horror het hele stuk uit, aangezien ik dit geen horror vond. Excuses voor mijn muggenzifterij, maar dit was geen horror. Ok, misschien dat gevoelige kijkers dit een horrormusical vond, maar ik (met mijn 'ervaring' op het gebied van horrorfilms) deel hun mening niet. De dramatiek in het stuk liet wel op zich wachten, en de opzwepende dans ook, wandaar dat ik tijdens het eerste deel de titel 'DANS der Vampieren' in twijfel trok.


De spelers waren goed gecast, weer geef ik de recensieschrijver gelijk. Hans Peter Janssens is echt het type man dat ik me voorstel als ik bijvoorbeeld aan Dracula denk, en dat is voor mij een echte vampier. Ook zijn zware baritonstem paste perfect bij zijn rol; bij sommige liedjes (bijvoorbeeld Total eclipse of the heart / totale duisternis) hoor je echt de emoties die hij in zijn spel legt. Hij laat zijn emoties letterlijk spreken (zingen in dit geval). Een nadeel is wel zijn verstaanbaarheid, maar dit lag waarschijnlijk aan zijn vals (vampieren)gebit. Anne van Opstal vond ik ook wel vrij goed gecast, maar Janssens was beter. Van Opstal slaagt erin een meisje neer te zetten die niet altijd even braaf is en wel eens durft weg te lopen om te dansen met vampieren. Een van de personages die ik nog uitstekend vond, was de professor. Zijn onhandige humor en uitsraling van seniele oude dronkelap deden me soms bijna over de grond rollen van het lachen (bijna, ik had het gedaan als er plaats was geweest tussen de stoelen). 


Visueel vond ik het zeker genieten, dat was echt een pluspunt. Ik genoot niet van hun gezichtsexpressies, aangezien onze plaatsen daarvoor te slecht waren (wat wil je; voor 29euro?), maar de decors en de kostuums waren dubbel en dik in orde. De pracht van de decors begon inderdaad al bij de opening van het stuk. Door het gebruik van twee doeken (een zwaardere waar het landschap op geprojecteerd werd, en een lichtere voor de sneeuw), viel de sneeuw precies echt, of strooiden ze ogenschijnlijk met valse sneeuw. Dit viel echt te vergelijken met het 3D-effect van sommige films. Je waande je echt in de besneeuwde bergen. De herberg waar Sarah en Chagal leefden en waar het grootste deel van deel 1 werd gespeeld, was ingenieus gebouwd en had zelfs een ouderwets kantje, alsof het volkje van daar enkele eeuwen terug in de tijd was blijven steken. Het werd er nog beter op, want blijkbaar draaide de bodem van het podium, waardoor je een prachtig zicht had op alle hoekjes en kantjes van het perfect gebouwde decorstuk.  Maar de meest verbazingwekkende locaties waren toch die in het kasteel, waar ik me vooral in het tweede deel de ogen uit het hoofd keek. Die waren fantastisch nagebouwd en leken levensecht. De laatstgenoemde locaties verdienen een dikke pluim. Een laatste vermelding gaat naar de kostuums, die de sfeer en het imago van de personages versterkten. Bijvoorbeeld het maagdelijke meisje Sarah draagt een zedig wit kleed, maar haar ondeugende kant wordt toch weer - bewust of onbewust - in beeld gebracht door de kinky rode laarsjes en de rode cape. Rood staat voor liefde, hartstocht, passie en ... Bloed? Dit is maar een voorbeeld van een diepere betekenis van de kostuums. Het laatste voorbeeld dat ik wil geven is dat het vrouwelijke kantje van de homozoon wedr versterkt door het dragen van lichte pastelkleurtjes. De kostuums hebben onbewust wel een invloed , dus vond ik dat ze, Last But Not Least, een vermelding verdienen. 


zondag 28 november 2010

Ervaringsverslag 'Buried'

Buried - Rodrigo Cortés

Rodrigo Cortés Buried
Het moet zowat de ultieme verschrikking zijn: je wordt wakker in een poel van ondoordringbare duisternis, je weet totaal niet waar je bent, en de enige geluiden die je hoort zijn het bonken van je hart en je eigen jachtige ademhaling. Je probeert je op te richten, maar je stoot met je hoofd onmiddellijk tegen een keiharde houten plank. En terwijl je wanhopig rond je heen klauwt en het angstzweet uit je poriën spuit, kom je tot het verschrikkelijke besef dat je in de nachtmerrie der nachtmerries bent terechtgekomen: je bent levend begraven. Nee, zó had u zich het begin van uw dag niet voorgesteld.

Het overkomt Paul Conroy (Ryan Reynolds ), het enige personage uit 'Buried' – misschien wel de memorabelste en inventiefste thriller sinds 'Memento'. Het deksel van de kist middels een serie goedgemikte martial arts-slagen verbrijzelen en zich vervolgens door de natte aarde een weg naar boven graven, zoals The Bride in 'Kill Bill', is voor Paul geen optie – hij is nooit in de leer geweest bij Pai Mei.
Hóe Paul in die benarde situatie is verzeild, wíe hij precies is, en óf hij zich zal kunnen bevrijden voor het laatste restje zuurstof opraakt, gaan we hier uiteraard niet verklappen. Wat u wél mag weten, is dat Paul na enig rondtasten in het donker enkele handige voorwerpen aantreft: namelijk een Blackberry en een Zippo. Vooral die Zippo komt van pas: zo kunnen ook wij zien wat er gebeurt.
Eén acteur, één kist, een aansteker en een mobieltje met een bijna platte batterij: met belachelijk weinig middelen bouwt de jonge Spaanse regisseur Rodrigo Cortés een ongelooflijk knap stukje cinema. Het gevoel van claustrofobie is bijwijlen ondraaglijk – soms heb je de indruk dat de muren van de bioscoopzaal létterlijk op je af beginnen te komen.
Maar Cortés gunt je geen énkele bevrijdende ademteug: je krijgt géén flashbacks te zien, géén bezorgde echtgenote, geen toesnellende televisieploegen, géén gravende reddingswerkers. We blijven vijfennegentig minuten lang tussen zes houten planken liggen – en tóch is er verbazend veel te zien.
Vraag ons niet hoe hij het heeft klaargespeeld, maar Cortés pakt à volonté uit met spetterende dolly shots en andere grandioze camerabewegingen, en op een bepaald moment laat hij zelfs een knetterende actiescène losbarsten die niet zou misstaan in een avontuur van Indiana Jones. We zouden zeggen: vreet dit, Michael Bay !
En Reynolds is voortreffelijk: je rúikt zijn paniek op je huid. Alles bij mekaar is 'Buried' een absolute topper in het genre van de één-enkele-locatie-film, waartoe ook 'Rope', 'Lifeboat', 'The Tenant', 'Phone Booth' en '12 Angry Men' behoren.
Nog één goede raad: kijk vooraf nog eens goed naar uw vingernagels. Tegen dat 'Buried' is afgelopen zal u ze allemaal hebben afgebeten.


Naam: Buried
Plaats: Kinepolis in Brussel
Uur + datum: 31/10/2010 om 22u30 op de Halloween Horror Night
Met wie? Bram Vereertbrugghen (5HumB) en Yacine, Gabriël en Timmy uit Don Bosco
Motivatie: Ik kijk graag horrorfilms en ging dus naar de Halloween Horror Night. Ik wist niet welke films er gingen draaien behalve Paranormal Activity 2 en Saw in 3D. Ik hoopte maar dat de twee anderen (Buried en Devil) ook goed zouden zijn en ik had wel zin in enkele films waarbij ik niet wist wat ik moest verwachten. Ik had dus geen specifieke motivatie om Buried te gaan kijken.
Voorkennis: Het verhaal op zich kende ik niet, ik kende slechts de titel van de film, maar ik verwachtte wel dat het zou gaan over iemand die levend begraven werd. ik hoopte alleen maar dat hij goed zou zijn, maar de titel klonk veelbelovend.

Bespreking:

Het verhaal klinkt goed, de ultieme nachtmerrie, zeker voor iemand met claustrofobie, net als ik. Levend begraven worden, in een kist in een woestijn in een land waar je niemand kent, de eenzaamheid die aan je vreet, en geen mens die je kan helpen aangezien je zelf niet weet waar je begraven bent en je gsm niet traceerbaar is. Ja, je hebt wel een gsm, en je hebt dus contact met de buitenwereld, maar toch ben je eenzaam, enkele meters onder de grond begraven.

Dit is het verhaal van Buried en in de review wordt gezegd dat het de memorabelste en inventiefste thriller is sinds Memento. Nu, ik heb Memento nooit gezien, dus daar zal ik niet over oordelen, maar Buried de memorabelste thriller? Ik vind persoonlijk van niet.Hij is zeker inventief, daar valt niet over te twisten, en dat ligt grotendeels aan het verhaal. Maar de memorabelste na Memento? Nee, sorry.

Ik heb gemengde gevoelens bij Buried. In het verhaal kom je te weten hoe Paul (het hoofdpersonage) in deze benarde situatie raakte, door middel van de telefoongesprekken die hij houdt met de buitenwereld door middel van de Blackberry die hij vindt in zijn kist. Ik kom ook verscheidene dingen over zijn privéleven te weten, maar me een beeld vormen van hoe zijn vrouw eruit ziet, lukt niet door het gebrek aan flashbacks. Ok, door flashbacks zou het concept van de één-enkele-locatie-film tenietgedaan worden, en het inventieve aan de film is natuurlijk het 'één acteur, één locatie'-principe, maar toch. Het lijken voor mij vijfennegentig lange minuten, gefilmd in een kist die misschien Pauls doodskist zal worden. De langdradigheid van de film wijt ik aan deze factoren, dus het gebrek aan locaties en flashbacks. Maar dit maakt de film net zo sterk. Hij werd wat langdradig en saai, zo zonder afwisseling, maar het feit dat de regisseur met één acteur, één locatie, één Blackberry en één Zippo een heel verhaal weet op te bouwen, dat steek houdt en waarin geen spoortje onduidelijkheid zit, is verbluffend. Ja, dit is ook een positief punt, ik heb me geen enkele keer afgevraagd waarom iets zus of zo ging, of waarom dit of dat gebeurde. De regisseur schepte een duidelijke klaarheid met verdomd weinig middelen. Ook het einde, dat verrassend was, had een onverwachte wending en sloeg op me in als een bom. maar dat zal ik hier niet verklappen, het is aan jou om de film te zien, beste lezer =D. De claustrofobie neemt steeds maar toe, en gaf me echt een beangstigend gevoel. Dit ligt deels aan het verhaal, en deels aan de camerabewegingen. Door het verhaal kom je te weten dat Paul slechts enkele meters onder de zanderige grond begraven ligt. Dit geeft, naast een gevoel van claustrofobie, een gevoel van valse hoop. Paul ligt dicht genoeg bij het oppervlak zodat zijn gsm bereik heeft, maar tegelijkertijd ligt er misschien een ton zand op hem, zodat hij toch opgesloten zit en het deksel niet naar boven krijgt. Dit zorgt echt voor een verstikkend gevoel bij mij. Want Paul kan ook geen gat maken om te ontsnappen, aangezien het verraderlijke zand dan als water naar binnen stroomt. Het claustrofobische gevoel krijg je ook door de camerabewegingen, want soms wijkt de camera zover uit naar opzij of naar boven dat je de volledige kist ziet (met uitzondering van de plaat langs waar gefilmd word), maar zo zie je de afmetingen van de kist, en besef je dat die echt veel te klein is om een man in op te sluiten. Het gevoel dat de tijd dringt, is ook enorm beklemmend. Het deksel van de kist is van hout, en kan het dus begeven onder die hoeveelheid zand. Paul heeft een gsm gekregen, maar een batterij kan immers platgaan. Hij heeft ook een Zippo gekregen, en geen zaklamp, want een Zippo gebruikt de zuurstof, en hoe langer hij de Zippo laat branden, hoe minder lang hij zuurstof heeft voor zichzelf.

De acteur die Paul (Ryan Reynolds) speelt, is fantastisch. Hierin ben ik echt akkoord met de review. Zijn gezichtsuitdrukkingen zijn fantastisch en het feit dat hij een gewone burger is en er ook zo uitziet, iemand die niets misdaan heeft, en de onschuld en angst op zijn gezicht te lezen staan, maakt het des te enger. Het kan immers iedereen overkomen...